Home ingrepen borstvergroting borstprothese

Borstprothese

De vorm van de borst wordt vooral bepaald door de huidelasticiteit en de verhouding tussen vetweefsel en klierweefsel. Naarmate men ouder wordt, maakt het klierweefsel plaats voor zachter vetweefsel. Dit zorgt ervoor dat de borsten, mede onder invloed van de zwaartekracht, afname van de huidelasticiteit, zwangerschap en gewichtsverlies gaan hangen. De borstprothese is hier een mooie en blijvende oplossing voor.

Borstvergroting: de ingreep

De plaatsing van een borstprothese gebeurt onder volledige verdoving. De borstvergroting duurt ongeveer één uur en u kan dezelfde dag nog naar huis. De borstprothese kan op drie verschillende manieren ingebracht worden en submusculair of subglandulair geplaatst worden. Elk van de verschillende methodes heeft voor- en nadelen die uitvoerig besproken worden tijdens het eerste consult.

Borstvergroting: de incisies

Er bestaan verschillende toegangswegen om borstimplantaten te plaatsen: via de borstplooi, het tepelhof of een sneetje in de oksel.

Via de borstplooi

De 'inframammaire' techniek wordt het vaakst toegepast. Ook grotere borstprotheses kunnen d.m.v. een incisie in de borstplooi geplaatst worden. Het litteken bevindt zich dan ook discreet in de borstplooi.

Via de tepelhof

Er wordt een incisie gemaakt aan de onderrand van de tepelhof, op de overgang met de normale huid. Hierdoor is het litteken weinig opvallend.
De grootte van de insnijding is afhankelijk van de grootte van het tepelhof. Dit bepaalt echter ook de maximumgrootte van de borstprothese.
Aan deze techniek hangt een iets groter infectierisico vast.

Via een sneetje in de oksel

Bij deze methode - ook wel 'axillair' genoemd - wordt de borstprothese sowieso onder de grote borstspier geplaatst.
Het litteken is redelijk onopvallend, het bevindt zich immers niet op de borst zelf.

Borstvergroting: de plaatsing van de borstprothese

Borstprothese onder de borstklier (subglandulair)

Als er voldoende borstklierweefsel aanwezig is, kan de borstprothese makkelijk tussen de borstklieren en de borstspier geplaatst worden. Zo kan de borstprothese op een natuurlijke manier met de borst zelf mee bewegen. Het herstel na de borstcorrectie verloopt erg snel.
Bij patiënten met weinig borstklierweefsel kan de rand van de borstprothese echter bovenaan voelbaar zijn. Bij een vloeibaar borstimplantaat kunnen bovendien rimpels zichtbaar worden. Er is tenslotte ook een iets grotere kans op kapselcontractie.

Borstprothese onder de borstspier (submusculair)

Door plaatsing achter de borstspier wordt de borstprothese bedekt met een extra spierlaag. De kans dat men de protheserand voelt, is hierdoor beduidend kleiner. De spierlaag geeft een druk op de bovenkant van het borstimplantaat, waardoor een ronde borstprothese meer een druppelvorm aanneemt. Bij submusculaire plaatsing is het risico op kapselsamentrekking lager. De herstelperiode duurt wel iets langer dan bij een subglandulaire plaatsing van de borstprothese.

Dual plane borstvergroting

De Dual Plane methode wordt vandaag het meest frequent toegepast. Hierbij wordt het bovendeel van de borstprothese achter de spier geplaatst.
Momenteel is de dual plane borstvergroting methode de standaard ingreep geworden voor de ietwat grotere borstprothesen.

Borstprothese

Borstprothese

Borstprothese

Borstprothese

Bekijk hier de foto's van borstprothese